Kwetsbare of te conserveren voorwerpen worden onderzocht door kleine coupes te maken op onopvallende plekken en op breukvlakken. Hierdoor blijft de aantasting tot een minimum beperkt. Voor een houtsoortbepaling worden drie coupes genomen; van de dwarsdoorsnede en het radiale en tangentiƫle vlak.

Bemonstering voor houtsoortbepaling is eenvoudig: een blokje hout van een paar centimeter groot is meestal voldoende.