Voor het dateren van historische gebouwen en archeologische objecten is allereerst een referentiecurve nodig die van het heden terug de tijd in gaat.

In 2012 groef Grontmij op het Kotmanpark Oost in Enschede de resten van twee boerenerven op. Het eikenhout van de waterputten overspant een groot deel van de Vroege Middeleeuwen.

Data opslag is van belang om de resultaten van eerder uitgevoerd te kunnen verifiëren, of om voor nieuw onderzoek gebruikt te worden. Dit is de basis van wetenschappelijk onderzoek.

Statische toetsen stellen dendrochronologen in staat op snelle wijze de talloze mogelijke posities te filteren op de meest waarschijnlijke mogelijke dateringen. Voor het dateren van een meting moet deze met alle mogelijke posities ten opzichte van een referentiecurve vergeleken worden.

Met een datering krijgen we ook een indicatie van de herkomst van het hout. Deze indicatie is niet even duidelijk voor iedere datering.

De conserveringsgraad van bodemvondsten varieert sterk. Dit heeft echter geen invloed op de geschiktheid voor dendrochronologisch onderzoek.

In grote delen van Europa is dendrochronologie het dateringsonderzoek bij uitstek. In Spanje is hier nog nauwelijks sprake van, terwijl de mogelijkheden ruimschoots aanwezig zijn.